woensdag 2 juni 2010

Halve waarheden over de hypotheekrenteaftrek (deel 5)

Bob MaasBetrokken partijen op de woningmarkt maken zich druk over de risico's die huizenkopers en -bezitters lopen met hun hypotheek. Teveel lenen is niet goed, zoveel is wel duidelijk, en risico mijden is goed. Sommigen vinden daarom dat de hypotheekrenteaftrek moet worden aangepakt omdat die het mogelijk maakt om meer te lenen. Eigenlijk zou je moeten zeggen dat de renteaftrek het mogelijk maakt om goedkoper te lenen en dat een stelsel van strikte normen voorkomt dat je ten opzichte van het inkomen teveel leent. Op zijn Hollands: Leen goedkoop, maar doe het met mate.

Het is niet de hypotheekrenteaftrek die mensen aanzet om meer te lenen - want wie leent er nou voor zijn plezier? - maar in de eerste plaats de hoge huizenprijzen die het voor mensen noodzakelijk maken om zoveel te lenen. Zolang de vraag naar woningen groter is dan het aanbod, zoals in de afgelopen decennia hoofdzakelijk het geval is geweest, zullen mensen maximaal blijven lenen ten opzichte van hun inkomen Ongeacht of ze hypotheekrenteaftrek krijgen of niet.
Daar zullen de plannen van de verschillende politieke partijen om de renteaftrek aan te pakken dus niets aan veranderen. Dat blijft zo zolang er niet voldoende wordt ingespeeld op de vraag naar woningen. Integendeel, voor zover de renteaftrek wordt beperkt, zullen mensen meer risico gaan lopen in geval van rentestijgingen. Die worden onder het huidige stelsel afgezwakt door de rentedempende werking van de renteaftrek. Heel simpel gesteld houdt dat in dat als de renteverhoging bruto 2% is, deze bij een belastingteruggave van 40% uitkomt op netto maar 1,2%. Zonder renteaftrek krijg je dus die volle 2% voor je kiezen, waardoor je veel kwetsbaarder bent voor een rentestijging.

Daarnaast, als besloten zou worden tot een jaarlijkse afbouw van de renteaftrek, zal de populaire spaarhypotheek het loodje leggen. Naast het aanzienlijke financiële voordeel dat deze hypotheekvorm oplevert (die bij lange na niet alleen het gevolg is van de hypotheekrenteaftrek), zal ook de ingebouwde rentebescherming van deze hypotheek verdwijnen. Vooral in de latere jaren van een spaarhypotheek voorkomt die dat de hypotheeklasten door een rentestijging sterk kunnen stijgen. De hypotheekrente en spaarrente zijn bij deze hypotheekvorm namelijk aan elkaar gekoppeld. Stijgt de een, dan stijgt ook de ander. Na een rentestijging hoef je daardoor minder spaarpremie te betalen voor de opbouw van de aflossing. Dus: een hogere rente wordt deels gecompenseerd door een lagere premie.

Slechts weinigen zijn op de hoogte van de toename van het renterisico voor eigenhuisbezitters als de hypotheekrenteaftrek wordt beperkt. De politieke partijen die een beperking voorstellen blijkbaar al helemaal niet. Een reden te meer om niet zomaar voor een beperking van de renteaftrek te kiezen zonder een goed, allesomvattend en doordacht plan waarin al dit soort effecten worden meegewogen.

1 opmerking:

  1. Wat je maximaal kunt lenen hangt volgens mij wel af van hoeveel je af kunt trekken. Iedereen rekent immers met netto rentelasten. Een consistenter beleid zou gericht zijn op het stimuleren van woningbezit ipv schuld, dus een subsidie op afbetalen. Een dergelijke subsidie stimuleert immers tot vermindering van schuldenlast bij huishoudens. Op die manier betalen op den duur zowel overheid als huizenbezitter minder rente aan de banken.

    BeantwoordenVerwijderen