dinsdag 26 oktober 2010

Vrije uitloop

Bob MaasBij ons thuis eten we uitsluitend Calvé-mayonaise. Niet alleen om de smaak, maar ook omdat de pot het predicaat ‘vrije uitloopkippen’ vermeldt. De eieren die Calvé voor zijn mayonaise gebruikt, zijn afkomstig van vrolijke kippen die, als ze daar zin in hebben, naar buiten kunnen hobbelen om in het malse gras rond te stappen.
We willen geen legbatterijkippen, want dat is eigenlijk crimineel. We willen ook geen scharrelkippen, want die mogen niet naar buiten, maar we willen wel vrije uitloopkippen. Niet voor niks dat actieclub Wakker Dier het legbatterijeitje uit de winkelschappen heeft verjaagd en dat ze het scharreleitje nu willen omdopen tot ‘schuureitje’. Want scharrelen doet teveel aan buiten denken, terwijl er alleen binnen in de kippenschuur gescharreld mag worden. Daar worden die kippen niet echt vrolijk van.

Wakker Mens
Hadden we ook maar een actieclub Wakker Mens. Een instantie die opkomt voor mensen die – vaak hoog opgestapeld – moeten wonen in veel te kleine hokjes. U kent de uitdrukking wel: kippenhokken. Je zou ze legbatterijmensen kunnen noemen, ware het niet dat er niet veel ruimte is voor het nageslacht. Enkele jaren geleden dacht men nog dat deze mensen het ook wel konden stellen zonder balkons of andere buitenruimte. Door alle protesten tegen de betreffende wijziging in het Bouwbesluit, hebben ze dat toen vrij snel weer teruggedraaid.

Vlucht uit de stad
Eigenlijk is een actieclub om voor de rechten van deze mensen op te komen niet nodig. Want het probleem lost zich vanzelf op. In tegenstelling tot legbatterijkippen kunnen mensen namelijk weggaan als het hun niet bevalt. Sommige groepen verlaten daarom de stad, helaas met achterlating van degenen die zich dat financieel niet kunnen veroorloven en degenen die er bewust voor kiezen om hooggeconcentreerd te wonen, zoals studenten. De samenstelling van de stedelijke bevolking wordt eenzijdiger en omdat vooral gezinnen en welgestelden wegtrekken, is er verlies aan koopkracht.

Scharrelmensen
Deskundigen vinden dat geen wenselijke ontwikkeling en komen nu met een nieuwe oplossing. Al die loslopende mensen in de vrije natuur vinden ze maar niks. Huizen in de stad moeten daarom zodanig gebouwd worden dat mensen het beter naar hun zin hebben, maar dan nog wel steeds gestapeld. Wonen in de compacte stad heet dat. Je kunt dat vergelijken met het verschil tussen legbatterijkippen en scharrelkippen. Ze krijgen wat meer bewegingsruimte – waarschijnlijk door de huizen nog wat hoger te stapelen – maar lekker vanuit je huis het malse gras in lopen, dat kan nog steeds niet. Scharrelmensen dus, die hoofdzakelijk binnenshuis verblijven.

Vrije uitloop woningen
Het principe waarbij deskundigen bepalen wat goed voor de mens is, blijkt vaak niet werken. Na veel schade en schande komt men er dan achter dat de mens, de consument, toch meer het uitgangspunt moet zijn. Het vroegste voorbeeld in de woningbouw is de ooit zo geroemde Bijlmermeer waar de mens volledig buiten beeld bleef en waar men nu nog steeds bezig is om dat weer recht te breien. Stedebouwkundigen, architecten en andere deskundigen in de volkshuisvesting zouden daar meer aandacht voor moeten hebben. Het predicaat ‘vrije uitloop’ voor woningen, is misschien niet eens zo’n gek idee. Ik denk dat ook het product ‘mens’ daar op den duur beter van wordt.

2 opmerkingen:

  1. We willen uiteraard allemaal wat meer kunnen 'scharrelen' in het groen om ons heen, maar het lukt de 'deskundigen' maar niet om nieuwbouw neer te zetten die aanslaat bij de potentieel toekomstige bewoners. De mismatch die hier ontstaat is al vaker aan de orde geweest op het blog. Zou het niet handig zijn om de hele planningsprocedure van een nieuwbouwwijk om te gooien?

    Nu is het zo dat gemeente en projectontwikkelaar tot overeenstemming komen dat er een nieuwbouwijk komt. Dan wordt er een ontwerp gemaakt, vervolgens gebouwd en ondertussen probeert men de boel aan de man te brengen. Conclusie: op geen enkel moment is de toekomstige bewoner betrokken geweest bij het ontwerp van de wijk. Misschien kan hij nog kiezen voor matte of geglazuurde dakpannen, maar daar is vaak alles mee gezegd.

    Wat misschien aardig zou zijn: de gemeente (niet de projectontwikkelaar!) stelt in hele grove lijnen vast wat het karakter moet worden van de te bouwen wijk: modern, 30-er jaren uitstraling, prijsklasse, en aantal woningen (zegt dus indirect iets over de scharrel-potentie van de wijk). Met dat gegeven op zak gaat de projectontwikkelaar potentiële bewoners zoeken. Als er genoeg zijn gevonden, dan gaan we allemaal eens om de tafel zitten waarin met elkaar kan worden gebrainstormd wat die mensen eigenlijk zouden willen met die wijk. Kost wat moeite, maar dan hebben mensen tenminste inspraak gehad in de opbouw van 'hun' wijk. Ook al zal zeker niet iedereen van die groep er uiteindelijk gaan wonen, je hebt wel een behoorlijke afspiegeling van lokale mensen die weten wat er speelt in de regio, waarom ze niet ergens anders in de buurt willen wonen (of een bepaalde andere nieuwbouwwijk), allemaal zaken die de projecthotemetoot die misschien aan de andere kant van het land wonen niet weet. Ik ben er ook van overtuigd dat lokale adviesbureaus die anders bij het project worden betrokken toch met een hele andere blik naar zo'n nieuwe wijk kijken dan mensen die er daadwerkelijk komen te wonen.

    Uiteraard zullen de meeste mensen zeggen: "veel te ingewikkelde procedure, als je zoveel inspraak wilt hebben moet je maar aan particulier opdrachtgeversschap doen." Lijkt me een goede deal. Gemeenten wettelijk verplichten om bij nieuwbouwprojecten minstens 40% aan vrije kavels uit te geven. Gebeurt er eindelijk eens wat op dat vlak...

    BeantwoordenVerwijderen
  2. In een complete stad heb je verscheidene woonstructuren, vlak bij elkaar, of verder weg gelegen. In Nederland hebben we de nieuwste verder weg gelegen scharrel-woon-structuren verplaatst (of eigenlijk verbannen) naar satellietsteden, of naar new-towns. Een recent voorbeeld is Almere.

    Als je in Amsterdam zo ruim wilt wonen als in Purmerend of Lelystad, of in Rotterdam als in Barendrecht, dan zal er een andere ruimtelijke ordening en grondpolitiek moeten komen, met een andere financieringsstructuur van 'wonen'. Alle genoemde professies die 'wat zouden moeten' zijn op dit of op dat moment ook slechts in die realiteit aan het werk.
    Bovendien zal in een echt (binnen)stedelijke omgeving privescharrelen alleen mogelijk zijn voor een enkeling met bijvoorbeeld een grachtenpand. De rest zal het moeten doen met een gezamenlijke binnentuin of een nabij park. Dat zal nooit veranderen. En veel Nederlanders willen het liefst een 'boerderijtje op de Dam'.

    Nee, de toekomst voor bebouwing bij/in grote steden is aan het 'eengezinsappartement'. Voor meer informatie hierover verwijs ik naar het artikel van Bernard Hulsman in NRC-Handelsblad van dinsdag 19 oktober jongstleden. Persoonlijk heb ik er hele mooie voorbeelden van gezien in Kopenhagen. Daar kunnen we best Nederlandse varianten op bedenken.

    BeantwoordenVerwijderen